Rasspecifiek
Fokreglement van de VES betreffende gezondheid, exterieur en werkeigenschappen
1.
Toepassingsgebied
van dit reglement, sancties en dispensatie
1.1. Het
rasspecifiek fokreglement is van toepassing op alle leden van de VES.
1.2. Op
het rasspecifiek fokreglement zijn voor wat betreft sancties de artikelen 15 en
16 van de statuten van toepassing, evenals artikel 2 van het huishoudelijk
reglement.
1.3. In
bijzondere gevallen kan op schriftelijk verzoek door het bestuur, dan wel door
een door het bestuur ingestelde fokadviescommissie, en onder bepaalde
voorwaarden een schriftelijke ontheffing worden verleend van bepaalde in het
rasspecifiek fokreglement gestelde regels. Op de beslissing terzake van het
bestuur, dan wel de fokadviescommissie, is geen beroep mogelijk.
2. De teef
2.1. De
eerste dekking van de teef vindt plaats wanneer zij de leeftijd van ten minste
24 maanden heeft bereikt.
2.2. De
eerste dekking van de teef vindt plaats voordat zij de leeftijd van 60 maanden
heeft bereikt.
2.3. De
minimale rustperiode/nestinterval is voor de teef 18 maanden tussen twee
dekkingen gerekend vanaf de geboortedatum van haar vorige nest.
2.4. De
teef heeft bij haar laatste dekking de leeftijd van 96 maanden nog niet
bereikt.
2.5. Met
een teef mag niet meer gefokt worden, nadat zij 2 x een keizersnede heeft
ondergaan.
2.6. Een
teef mag gedurende haar leven maximaal 3 nesten krijgen.
2.7. De
teef voldoet voorts aan de in dit reglement nader omschreven eisen.
3.
De
reu
3.1. Het
aantal dekkingen door een reu bedraagt gedurende zijn leven in beginsel
maximaal 5.
3.2. Bij
bewezen goede vererving kan het aantal dekkingen voor die reu verruimd worden.
Deze verruiming staat ter beoordeling en besluitvorming van het bestuur van de
VES of een door het bestuur van de VES in te stellen fokadvies commissie.
3.3. Ten
aanzien van de inzet van een reu in de fokkerij worden geen leeftijdseisen
gesteld.
3.4. Van
de fokkerij zijn uitgesloten alle reuen, waarbij 2 testikels niet volledig
ingedaald zijn.
3.5. De
reu voldoet voorts aan de in dit reglement nader omschreven eisen.
4.
Heupdysplasie
4.1. Beide
ouderdieren zijn voor de dekking onderzocht op heupdysplasie.
4.2. De
uitslag van de respectievelijke onderzoeken is voor de dekking in het bezit van
de fokker en de eigenaar van de dekreu.
4.3. Voor
een Nederlandse reu of teef, ingeschreven in het NHSB, zijn uitsluitend uitslagen
afgegeven door de Raad van Beheer of een door de Raad van Beheer in Nederland erkende
commissie[1]
toegestaan.
4.4. Indien
bij de dekking gebruik wordt gemaakt van een Engelse of Amerikaanse hond zijn
uitsluitend uitslagen geldig, afgegeven door de BVA, respectievelijk door de OFFA.
Voor alle overig buitenlandse honden is een HD-uitslag vereist van een door de
FCI erkende instelling uit het land van herkomst.
4.5. Tot
de fokkerij toegelaten zijn uitsluitend ouderdieren met de volgende uitslagen:
·
FCI
normering A, B of C
·
Een score van max.14 voor engelse
setters afkomstig uit Groot-Brittannië[2].
·
Amerikaanse uitslag “EXCELLENT” of
“GOOD”, wanneer het een geïmporteerde hond betreft.
·
GGW-indeling
HD A (HD-), HD B (HD TC), HD C (HD ±).
4.6. Met
honden met een uitslag HD D (HD +) en HD E (HD positief ++) mag niet worden
gefokt. Evenmin mag worden gefokt met honden met een Engelse uitslag hoger dan 14
en een Amerikaanse uitslag minder dan EXCELLENT of GOOD, wanneer het geïmporteerde
honden betreft.
4.7. Een
ouderdier met een uitslag HD C (HD±) mag uitsluitend gecombineerd worden met
een ouderdier met de uitslag HD B (HD TC) of HD A (HD-). In de FCI normering
uitgedrukt zijn alleen de combinaties A x A, A x B, B x B, A x C en B x C
toegestaan. C x C is uitgesloten.
5.
Doofheid
5.1. Beide
ouderdieren ondergaan voor de dekking een doofheidonderzoek.
5.2. De
eigenaren zijn in het bezit te zijn van een geldige uitslag afgegeven door de
commissie GGW van de Raad van Beheer (voorheen de W.K.H.S) of een ander door de
FCI erkende instelling, die gemachtigd is uitslagen af te geven.
5.3. Toegelaten
tot de fokkerij zijn uitsluitend ouderdieren die aantoonbaar tweezijdig horend
zijn.
5.4. Indien
een buitenlandse reu wordt gebruikt die geen doofheidonderzoek heeft ondergaan,
worden de pups op een leeftijd van 6 weken gecontroleerd op doofheid door een
daarvoor bevoegde dierenarts. Een kopie van de beoordeling afgegeven door de
commissie GGW van de Raad van Beheer wordt ter hand gesteld van het bestuur of
de fokadviescommissie.
6.
Kaak
en Gebit
6.1. Toegelaten
tot de fokkerij zijn uitsluitend ouderdieren met een goed scharend resp. een
tanggebit. Uitgesloten zijn onder- en boven-voorbijters.
6.2. Per
ouderdier mogen maximaal 4 molaren en/of premolaren ontbreken[3].
7.
Exterieur
en werkeigenschappen
7.1. Toegelaten
tot de fokkerij zijn uitsluitend ouderdieren die tenminste behaald hebben:
of: 2x de kwalificatie Zeer Goed op een CAC
of CACIB tentoonstelling in binnen- of buitenland onder twee verschillende
keurmeesters.
of: een kwalificatie tijdens een
(inter)nationale kampioensschapsveldwedstrijd tijdens de wedstrijdvorm (Grand) Quête à la Française of Chasse
Pratique in een door de FCI erkend land en afgegeven door een door de FCI
erkende instantie in dat land, alsmede een kwalificatie Goed op een CAC of
CACIB tentoonstelling.
8.
Code
van Ethiek - Ethische gedragscode
8.1. Door
het lidmaatschap van de VES handelen fokkers en leden van de VES volgens de
hieronder verwoorde gedragscode.
8.2. De
code van ethiek kan als volgt worden omschreven:
Ieder lid
en fokker
1. Voegt
zich naar het fokbeleid van de Raad van Beheer zoals neergeschreven in de Basis
Reglement stambomen en het Ras Specifieke Fokreglement van de VES.
2. Draagt
steeds zorg voor het welzijn van zijn honden door een goede huisvesting,
voeding en verzorging. Ook worden niet meer honden gehouden dan waarvoor goed
kan worden gezorgd en geeft oudere honden de bij hun leeftijd passende aandacht
en verzorging.
3. Weigert
het gebruik van dekreuen aan teven:
·
die niet voldoen aan de eisen
gesteld in het VES fokreglement,
·
die zodanige afwijkingen vertonen,
dat ze niet geschikt zijn voor de voortplanting
·
die geen normale pups kunnen
voortbrengen
4. Fokt
alleen met honden en verkoopt honden, die gezond zijn van lichaam en karakter.
5. Verkoopt
alleen honden aan kopers, waarvan men kan aannemen, dat de hond bij hen in alle
opzichten een goed tehuis zal vinden.
6. Informeert
kopers over verzorging en opvoeding van honden, helpt hen bij ontstane
problemen en geeft alle medewerking aan noodzakelijke herplaatsing van de
verkochte/gefokte honden.
7. Houdt
zorgvuldig aantekening van de gezondheid van zijn honden; het fokken en de
fokresultaten; afstamming en inschrijving in het NHSB. De verkregen data staan
ter beschikking van de VES en –voor zover voor hen relevant- de kopers van zijn
honden.
8. Verleent
alle medewerking aan onderzoeken naar (erfelijke) afwijkingen, zoals deze
onderzoeken deel uitmaken van het fokbeleid van de VES en de Raad van Beheer.
9. Treft
alle nodige voorzieningen voor zijn honden, indien door persoonlijke
omstandigheden niet langer voor ze kan worden gezorgd.
9. Overige bepalingen
9.1. Een
kopie van alle uitslagen van de verplichte onderzoeken wordt ter hand gesteld
van het bestuur, of van de door het bestuur van de VES ingestelde
fokadviescommissie, voordat de dekking plaatsvindt.
9.2. De
VES kent geen pupbemiddeling, doch verstrekt uitsluitend pupinformatie.
9.3. Pupinformatie
wordt alleen gegeven, indien de fokker handelt naar alle hiervoor in dit Rasspecifiek
Fokreglement van de VES genoemde punten en dit schriftelijk aan de VES heeft
medegedeeld door een door hem of haar (fokker) ondertekend exemplaar van dit reglement
aan het bestuur van de VES te doen toekomen.
9.4. De
VES zal geen pupinformatie verstrekken over pups uit ouders die naar het
oordeel van het bestuur of de fokadviescommissie duidelijke afwijkingen
vertonen van het specifieke rasgedrag, zoals dat in de rasstandaard is
omschreven: ‘levendig met een goede jachtaanleg, buitengewoon vriendelijk en
zachtaardig”[4]
9.5. De
VES zal geen pupinformatie verstrekken in geval gefokt is met ouderdieren die
aantoonbaar lijden aan huidaandoeningen of deze aantoonbaar meerdere keren hebben
doorgegeven.
9.6. Kunstmatige
inseminatie mag uitsluitend in uitzonderlijke gevallen toegepast te worden. Het
natuurlijke paargedrag dient zoveel mogelijk gestimuleerd te worden.
9.7. Dit
reglement kan worden aangehaald als RFR.
9.8. In
alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist het bestuur van de
VES.
Dit
reglement treedt in werking na goedkeuring van de ALV van de VES op 1 juni
2006.
Het
bestuur van de Vereniging van liefhebbers van de Engelse Setter.
[1] Momenteel betreft dit de commissie GGW of WK Hirschfeldstichting
[2] De score is gebaseerd
op de BVA breed median voor heupdsyplasie, waarbij de som van beide heupen niet
hoger mag zijn dan 14. De breed median is de score die het meest voorkomt,
wanneer alle HD-uitslagen van engelse setters worden meegeteld.
[3] In 2010 wordt geïnventariseerd of
het mogelijk en/of wenselijk is dit aantal te verminderen, dit ter beoordeling
van het bestuur en deze legt dit ter goedkeuring voor aan de ALV.
[4] Negatieve selectiecriteria zijn:
angst(bijt)gedrag, zenuwachtigheid, schotvrees en overmatige dominantie. Evenmin
worden nakomelingen van ouderdieren die aantoonbaar meerdere keren zulke
ongewenste gedragsafwijkingen hebben doorgegeven, gebruikt voor de fokkerij.